Ik geloof

Tolerantie is onze trots. Ieder mag een (on)geloof of eigenaardigheidje hebben. Het was de ingenieusbrutale overlevingskeuze van een Oranjewillem. Toevallig ‘modern’ en daar drijven we al 200 jaar op. Voor velen is tolerantie een daad van ‘passief toestaan’ geworden, negatieve verdraagzaamheid. Velen voelen geen omarming meer van een burgerij die in de veelheid van passies en menstypen een kracht ziet. (‘Doe normaal’?) Volgens mij is tolerantie versleten vanwege het feit dat stiekem één ‘religie’ leidend is. Tolerantie bouwt op scheiding van staat en kerk: geen kerkgedoe in wetten, regeren en vergaderingen. Maar … de witte christelijkheid is hier onzichtbaar bepalend. Dat zit ook in mij, met de paplepel in elke cel. Zolang dit stiekem leidend is (en kerkdienst-klokgelui die macht brutaliseert), wordt tolerantie tot religieuze liefdadigheid. Sint-Maarten kijkt neer en geeft? Ik geloof (sic!) in tolerantie vanwege gelijkwaardigheid. Staat en geloof zijn als hoofd en hart: wat is waar leidend?
Naar KNAR project

Extra

Rechter: ik spreek u vrij vanwege gebrek aan bewijs. Verdachte: Dank u, ik zal het nooit meer doen.
Uit “Meester Leonie’, Leonie van der Grinten, 2023