‘Morgen moet ik stemmen, dus dan kan ik niet’, zei mijn oma lang geleden. Later begreep ik dat zij vanaf haar kamer een mooi uitzicht had op de toestroom naar het stemlokaal in het tehuis. Bekenden keken naar boven, zwaaiden en gingen misschien langs. Zij nam genoegen met formaat studentenkamer. Ze zat er 23 jaar vanaf haar tachtigste, met elke dag de krant. Want na twee wereldoorlogen en een woonplek in Nederlands Indië wist ze dat de geest moet blijven bewegen.
Dat eiste ze ook van haar kleinkinderen. Een bezoekje door mij als student werd een soort toekomstgesprek. Ik had graag nog eens met haar gesproken over vandaag de dag. Wellicht moet elke leider de wens hebben om bij een besluit nog eens naar oma te luisteren. Gelukkig heeft iedereen ergens een oma, bekend of onbekend: weet dat ze luistert. Misschien zegt ze wat. Wel even zwaaien bij het stemlokaal.