Deze zin is het misverstand van uitnodigingsplanologie. En brengt een datacentre in Zeewolde. De Omgevingswet koerst aan op doelloze sturing. Hoe kan dat anders?
Het begint zo. Vaak horen burgers van hun gemeente: ‘Een goed plan moet kunnen’. Gevolgd door de gouden tip: ‘Ga eerst met de buren praten. Zijn die er niet tegen, kom dan terug.’ (Ga nu niet zeggen dat je dit nooit gehoord hebt!)
Wat wordt hier nu eigenlijk gezegd? Eigenlijk: niets. Onbesproken blijft wat nu eigenlijk een ‘goed plan’ is. Toch niet als de buren geen bezwaar hebben? Het is een oproep die de macht bij het bestuur houdt, en die het risico vergroot van frustraties bij de burger. Want het goede plan blijkt erg vaak toch niet te mogen. Hoe kon dit gebeuren?
Met de komst van de Wabo in 2010 is het accent in de r.o. verschoven: vóór 2010 gingen we na of een plan bijdraagt aan het beleid. Doet het plan goed voor de gemeenschap was, lag verankerd in het wettelijke doel ‘voor de goede ruimtelijke ordening’. Na 2010 draait het om en gaan we na of het plan geen negatieve effecten heeft. Vanaf die tijd zeggen we: kan het plan geen kwaad, dan is het een goed plan.
Wat er dan gebeurt, zagen we in extreme vorm in Zeewolde met 366 ha databaseterrein. ‘Alles is keurig uitgezocht en ingepast. Dan kunnen we het niet tegenhouden’, aldus de gedeputeerde. Ook de Groningse gedeputeerde sprak zulke woorden rondom aanvraag Delfzijl. (En wellicht vonden ze dit stiekem ook wel ‘handig’?)
De Omgevingswet gaat in deze lijn verder: een plan is goed als het geen kwaad doet. Een onjuiste route. Daarom terug naar:
Uitnodigingsplanologie
In deze context is de gedachte van uitnodigingsplanologie ontstaan. Uitnodigingsplanologie was als begrip geboren om ‘goede’ plannen te stimuleren, dat is: plannen die we willen, plannen die bijdragen aan gemeentelijk beleid. ‘We nodigen iedereen uit bij te dragen aan onze visie.’ Dat stimuleert goede plannen die we willen (en die ook geen kwaad doen).
Het begrip verdwaalde echter in verwarring: ‘We nodigen uit en toetsen elk plan of het goed is. Wat goed is, weten we pas als we uw plan weten.’ Elk plan is dan goed als er geen negatieve effecten zijn. Of als er geen bezwaren zijn.
Daarom zegt de wethouder ‘een goed plan moet kunnen’.
Aan het loket geeft deze foute uitnodiging veel verwarring: je vertrekt met hoge verwachting (de wethouder zegt ‘een goed plan moet kunnen’) en na een jaar zit je met grote frustraties ‘dat het niet mag’. Als adviseur zie ik dat deze foute uitnodiging tezamen met de aanpak van het afvinken van effecten (inclusief het afvinken van participatie en de buren!) tot wantrouwen bij de burger leidt.
Uitnodigingsplanologie is daarom actueler dan ooit. Het is de oproep bij te dragen aan maatschappelijk en lokaal gewenste ontwikkelingen. Bij een uitnodiging voor een feestje wil je ook weten waarom, wie, waar, hoe laat. Uitnodigingsplanologie in mijn uitleg geeft tegenwicht aan de juridische methodiek dat een plan dat geen kwaad doet, een goed plan is.
Mag ik vragen om deze uitleg van uitnodigingsplanologie in de Omgevingsvisie uit te spreken? Ik lever gratis de zinnen voor de aanpak aan!