Heilige vlammetjes

Ik schreef over onze staatsinrichting waarin scheiding van staat en kerk leidend is. Ik stelde: die scheiding is niet afgemaakt. Waardoor dubbelhartigheid. De christelijke feestdagen liet ik in dat Knarretje rusten. Nu Kerst voorbij is, bleef ik puzzelen: wat te doen met kerkfeestdagen als religies niet leidend zijn? Gepieker. Ik dacht aan mijn gemopper dat het bedrijfsleven geen (weinig) voortouw neemt in nieuwe opgaven. Maar hier zag ik onverwachte voortvarendheid, uit commercieel belang. Boodschap: Kerst is het hoogtepunt van ‘feestmaand’ vol luxe eten en samenzijn. De cao’s experimenteren met vrij te kiezen kerkfeestdagen. Wat de politiek niet durft, is commerciële noodzaak. De commercie zoekt ‘universele’ verbinding (religio = verbinden) in voedsel-promotie-dagen: konijn-eet-feest, ei-eet-feest, vasten-sapjes-maand, suiker-eet-feest, vegan-vlammetjes-dagen? Het eten omringt zich vanzelf met kerkelijke garnering; en met hernieuwde (oude?) verhalen van ‘licht’, naastenliefde, Aarde-respect, voorouders? Ik durf dit aan. Immers, geschiedenis leert: een gevulde maag brengt eerder (te)vrede(nheid) dan een kerk.
Naar KNAR project

Extra

kijken we later naar ons leven
(…)
halen we ons dit voor de geest
en zien: wat zijn we al met al
wat zijn we al met al
al die tijd belachelijk
al die tijd belachelijk gelukkig geweest

bron: Claudia de Breij, Vasistas, 2022, gedicht Al met al